Desondanks heeft men er toch een mening over. En niet de minste. De instroom van nieuwe instructeurs zou namelijk verslechteren. Dat zou het gevolg zijn van het feit dat een kandidaat-rij-instructeur onbeperkt zijn examens mag herkansen. Let op: dit verzinnen wij niet zelf. Dit zijn woorden van Sharon Dijksma, lid van de Tweede Kamer voor de PvdA.
De twee boude veronderstellingen raken kant nog wal of zijn op zijn minst discutabel. Is het niveau van nieuwe instructeurs wel minder dan pakweg 3, 4 jaar geleden? En als dat zo zou zijn, ligt dat dan aan de mogelijkheid van het onbeperkt herkansen van examens?
Het niveau van de instroom van nieuwe instructeurs is jaarlijks te meten. Het IBKI publiceert namelijk haar slagingspercentages. Ook van het eindexamen. Gelet op die cijfers kan men een voorlopige en zeer voorbarige conclusie kunnen trekken. Want het IBKI laat alleen die kandidaten slagen, van wie men overtuigd is dat ze bekwaam zijn les te geven.
De veronderstelling van mevrouw Dijksma dat een kandidaat-instructeur onbeperkt mag herkansen is een onjuiste. Zeer onjuist, zelfs. In de huidge WRM is het zo geregeld dat een kandidaat-rij-instructeurs zijn vier examens van fase 1 en 2 binnen 12 maanden moet halen, zodra het eerste examen voldoende is afgelegd.
Voorbeeld: een kandidaat start met de avondopleiding op 1 januari. Op 1 juni legt hij het examen 1A af. Als hij dat haalt, moet hij voor juni van het daaropvolgende jaar zijn examens 1B, 2A en 2B afleggen. Deze zouden op 1 augustus plaatsvinden. Mocht hij 1 examen niet halen, dan volgt 6 tot 7 weken later een herexamen. Dit herhalende betekent dat men 6 keer herexamen kan doen. Dat is veel, maar niet onbeperkt. Mocht men in die periode van 12 maanden een been breken of vanwege een zwangerschap niet in staat zijn een tijdje op examen te gaan, dan kan men zelfs minder herkansen.
De huidige cesuur van de 3 theorie-examens ligt op ongeveer 70%. Is dat laag? Ja, dat is naar onze mening zelfs te laag. Daarom hebben wij, blijkbaar tot afgrijzen van andere opleiders, vergeefs gepleit voor verhoging van de cesuur. Het IBKI zag daar na protesten van af om reden, dat de slagingspercentages zouden dalen en dat wilden de opleiders niet. Als opleidingsinstituut behoor je te investeren in je lesmateriaal. Dat is de reden dat wij een taskforce hebben opgericht. Meer info volgt in een ander artikel. De vermeende verslechterde instroom ligt aan de gebrekkige kwaliteit van de examens.
Daarnaast aan de wildgroei van opleiders. We gaan hier geen namen noemen, maar gelet op de publicaties van het IBKI is er sprake van gelukszoekers onder de opleiders. Er is sprake van een explosieve groei van aanbieders. Aanbieders, die gelet op de resultaten geen aandacht hebben voor kwaliteit. Aanbieders, die zich richten op zij-instromers die te ver van de arbeidsmarkt af staan. Vier jaar geleden was dat anders. Toen hoorde je hier ook niemand over. Nu willen we niet nostalgisch zijn en roepen dat alles beter was, maar de kwaliteit van de instroom daalt door de wildgroei. De vereniging van professionele opleidingsinstituten VVB heeft hier al eerder voor gewaarschuwd, getuige een artikel in 2009.
Waar ligt het lagere niveau dus wel aan? Niet aan het niveau van opleidingen van ervaren opleiders, die al zoals wij 40 jaar kwaliteit leveren. Wel aan het lage niveau van de examens. Wel aan de wildgroei van aanbieders van rij-instructeursopleidingen. Dus als mevrouw Dijksma zich nader had laten informeren, kwam ze genuanceerder uit de bus. Maar ja, in deze tijd van PVV-retoriek moet je wel wat in het wilde weg roepen, anders kom je niet met de naam in de krant.