Wie vertegenwoordigt de rijscholen? [ingezonden stuk, red]

We hebben in de kerstvakantie een e-mail ontvangen van een branchegenote. Zij verbaast zich over het zwartepietenspel in de branche. Met haar goedkeuring hebben we hieronder een (geredigeerd) deel van de mail staan. Lees de zielenroerselen van een collega:

De Tweede Kamer heeft zich laten overtuigen om de WRM, die nog geen drie jaar geleden is ingevoerd, te laten evalueren. Niet om de sanctie op bijscholing te laten vervallen (daar is het ons om te doen). Maar om de wet strenger te maken. Maar wie heeft de Tweede Kamer hiervan willen overtuigen? Alsof we daarop zitten te wachten.

Er zijn weinig (zo niet: geen) branches waarbij ondernemers zo verdeeld zijn als de rijschoolbranche. We onderscheiden de volgende verenigingen:
– Bovag-acfdeling Rijscholen
– FAM
– VRB

De overeenkomst van deze drie verenigingen is, dat zij werkgeversverenigingen zijn en dat zij de belangen van rijschoolondernemers behartigen. Het betreft heir dus geen kwaliteitslabels, al wordt soms, zoals in het geval van Bovag-afdeling Rijscholen, anders beweerd. Verder hebben deze drie clubs verschillende belangen. Daardoor is in het merendeel van de gevallen geen eensluidende mening over elk willekeurig onderwerp die de rijschoolbranche aangaat. Hoofdoorzaak is het gegeven dat de clubs op zichzelf en niet gezamenlijk ten strijde trekken of met 1 mond spreken. Men is uit op eigen eer en glorie. Niet uit op verbetering van de branche.

Elke vereniging opereert op zichzelf. Elke vereniging gaat eerstzelf actie ondernemen. Pas als men merkt dat deze actie niets uithaalt, haalt men er anderen bij. Gezamenlijk overleg tussen de drie verenigingen is er nooit. Raar gegeven voor branchevertegenwoordigers.

Bovag-afdeling Rijscholen heeft leden bestaande uit grote rijscholen (veelal ook de bestuursleden), kleinere rijscholen en eenmansrijscholen. Al deze groepen hebben zo hun eigen belangen. De belangen van grote rijscholen conflicteren vaak met die van kleine rijscholen. Van branchevertegenwoordiging kan geen sprake zijn.

FAM heeft een dertigtal leden. Dat zijn veelal grotere rijscholen. Deze rijscholen zijn over Nederland verspreid en een rijschool kan pas lid worden als de directe plaatselijke concurrent dat al FAM-lid is geen bezwaar maakt. FAM heeft, zoals in Rij-instructie viel te lezen, een nieuw beleidsplan met als doel de rijschoolondernemer beter te faciliteren met diensten en kennis. Dat is een nobel streven dat met interesse gevolgd moet worden. Echter, dertig leden is een te klein aantal om te spreken van branchevertegenwoordiging.

Rest de VRB. De jongste twijg aan de wispelturige rijschoolboom. Waar Bovag-afdeling Rijscholen en FAM (ook) grotere rijscholen tot hun leden kunnen rekenen, bestaat de VRB uit een onbekend aantal eenmansrijscholen. Dat is een homogene achterban: eenmansrijscholen hebben over het algemeen allemaal hetzelfde belang.

Willen we het dus over branchevertegenwoordiging hebben, dan moet er sprake zijn een eensgezind standpunt van alledrie de verenigingen. Behalve op het vlak van de kwaliteit van de dienstverlening van het CBR, is dit tot op heden een illusie gebleken. Kijk alleen maar naar de laatste rel van 2011 waarin Bovag-afdeling Rijscholen de niet-leden “beunhazen” noemt en de reactie van de VRB hierop.

Dus wie vertegenwoordigt de rijscholen? Niemand. En dat is anno 2012 een trieste conclusie.